Veel Gestelde Vragen

Vraag:
uit de resultaten van proefsleuven blijkt dat in de toekomstige situatie (na herinrichting) de LS kabel van de netbeheerder in de plantvakken komt te liggen. Ik heb de netbeheerder verzocht, via de mail, om de kabel om te leggen en buiten het plantvak te plaatsen. De netbeheerder geeft aan dat dit pas in Q1 2022 uitgevoerd kan worden. Dit is veel te laat. wij kunnen de nieuwe bomen niet meer aanplanten (buiten plantseizoen). Kan ik afdwingen dat de netbeheerder de gevraagde verlegging uitvoert (voor december 2021). wat een redelijk termijn is (5 á 6 maanden).

Antwoord:

Of je een netbeheerder kunt dwingen om voor een bepaald moment zijn werkzaamheden uit te voerne is afhankelijk van een aantal zaken:

  • Voorbereiding: op welke manier is de netbeheerder meegenomen in het plan? Heeft de netbeheerder zich eerder uitgelaten over een haalbare planning en komt hij hierop nu terug? Zijn er kortom afspraken gemaakt?
  • Besluitvorming: het vragen om verleggen gaat met een besluit. Dit besluit dient goed te worden voorbereid (onderzoek naar beperkende mogelijkheden, overleg met de netbeheerder etc) en dan ook schriftelijk te worden verstuurd, ondertekend door (iemand namens) het college van burgemeester en wethouders.

In dit geval is per mail om verleggen gevraagd, wat betekent dat je geen formeel proces bent gestart en daarmee ook geen formele handvatten hebt gecreeerd om de netbeheerder te dwingen om de verlegging tijdig uit te voeren. Wil je de verlegging alsnog formeel afdwingen dan zyl je het proces formeel moeten starten.

Daarbij is het van belang te vermelden dat het besluit (het formele VTA) een haalbare termijn moet bevatten.

Wat van belang is dat je dus gaat afpellen waarom de termijn die nu wordt aangegeven zo ver in de toekomst ligt. Waarom dan pas? Wat zijn mogelijkheden om die tijd te verkorten? Wat als we de vergunning binnen twee weken verlenen? Welke drempels zijn er nog meer? Met die informatie komt er een haalbare plannen op tafel en die zul je in het formele VTA moeten benoemen. Dat is je enige mogelijkheid om daarna in redelijkheid ook die datum te kunnen afdwingen.

Vitens gaat in onze gemeente waterleidingen vervangen. We komen situaties tegen waar de oude leiding (in dit geval een AC leiding) geheel of gedeeltelijk in particuliere kavels liggen. Vitens stelt op deze locaties de oude leiding te laten liggen. Zij registreren de leiding als 'buiten gebruik' en blijven leiding eigenaar.

Welke middelen heeft de gemeente om deze oude leidingen wel te laten verwijderen?

Onze reactie hierop is:

Er zijn twee opties:

  1. De particuliere gronden zijn wel openbare grond (dus openbare ruimte, maar vanuit het kadaster in eigendom bij een particulier). In dit geval kun je op grond van de AVOI of een Kabel en Leiding verordening de vergunning intrekken omdat de leiding definitief buiten gebruik is gesteld, met daarbij de verplichting om de leiding te verwijderen.
  2. De particuliere gronden zijn geen openbare grond (tuinen, afgesloten erven). Daar heb je als gemeente niet zomaar de macht om een leiding te laten verwijderen. Dit is een kwestie die speelt tussen de grondeigenaar en Vitens.

Uiteraard staat het de gemeente vrij om afspraken te maken met Vitens over het verwijderen, maar dan is het onverplicht voor Vitens.

De gemeente heeft in een wijk verouderde warmtenetten liggen. Deze zijn nu nog in gebruik maar worden waarschijnlijk binnenkort buiten gebruik gesteld. De gemeente is geen eigenaar van het net. Vraag is of de netten juridisch gezien moeten worden verwijderd en zo ja op welke termijn? De gemeente wil ze wel verwijderd hebben, maar het liefst als de grond ook om andere redenen geroerd wordt.

Onze reactie hierop is:

Dit is logischerwijs een zeer reële wens, want je wil niet dat de openbare (ondergrondse) ruimte overbodig vol raakt met ongebruikte netten. Zeker warmtenetten met een groot ruimtebeslag wil je niet in de ondergrond als ze niet meer gebruikt worden. 

Anders dan bij telecomkabels is er geen wettelijke regeling die ziet op het verwijderen van ongebruikte kabels of leidingen. Wel is er een bepaling opgenomen in de decentrale regelgeving van deze bewuste gemeente; ‘de Verordening Fysieke Leefomgeving’. In deze verordening is het volgende in artikel 7.2.5. (lid 2 onder a) aangegeven:

‘Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld’.De bestaande warmtenetten is in de gronden aanwezig op basis van een vergunning. Als het net buiten bedrijf wordt gesteld dan kan het college de vergunning intrekken (nadat de gemeente de vergunninghouder heeft gehoord). Als de vergunning wordt ingetrokken moet het net worden verwijderd. De termijn kan de gemeente zelf beslissen, maar er moet wel sprake zijn van een redelijk termijn. 

De gemeente heeft een bouwkavel geruild met een particulier.

In de bouwkavel is een waterleiding aanwezig. Deze leiding ligt binnen de te ruilen bouwkavel met een zakelijk recht.

In de ruilovereenkomst is afgesproken dat de waterleiding wordt verlegd tot buiten de bouwkavel.

Door de gemeente is een nieuw tracé aangewezen in het openbaar gebied.

De netbeheerder wil wel meewerken, maar alleen als de kosten voor het verleggen wordt vergoed.

De gemeente wil best meedenken en vraagt zich af of er iets bedacht kan worden op basis van afschrijving.  De gemeente vraagt zich ook af of zij dit vraagstuk ook op basis van de AVOI kan aanvliegen?

Onze reactie hierop is:

Voor het ruilen van de kavel zal er tussen partijen afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst. Eén van de afspraken is het verleggen van de waterleiding naar openbaar gebied. Bij de afspraken die gemaakt zijn over de grondruiling zullen ook afspraken gemaakt zijn over de kosten. Deze gelden.

Als de ruil is ontstaan vanuit de rechtmatige uitoefening door het college van haar publiekrechtelijke taak, dan kan de netbeheerder een verzoek om nadeelcompensatie bij het college doen. Is de ruil een privaatrechtelijke regeling, dan zal netbeheerder de leiding niet eerder verleggen, dan dat zijn kosten worden vergoed. De verkoop van gronden aan een ontwikkelaar die daarop woningen bouwt waarmee een woningbehoefte wordt ingevuld waar de gemeente op heeft gestuurd met een Woningvisie of structuurvisie is zo’n publiekrechtelijke taak. Het verkopen van grond aan een particulier lijkt dit niet te zijn.

De leiding ligt binnen de bouwkavel met een zakelijk recht en dat betekent dat in beginsel de schade volledig wordt vergoed. Dit geldt voor zowel de bestuursrechtelijke als de privaatrechtelijke regeling. Bij de bestuursrechtelijke regeling is het van belang om na te gaan of er ook delen van de leiding moet worden verlegd buiten de bouwkavel en met welke regeling de leiding in die gronden aanwezig is, mogelijk dat voor die delen de materiaalkosten en het in- en uit bedrijf stellen niet voor vergoeding in aanmerking komt.Bij het verleggen van de leiding is bij zowel de bestuursrechtelijke als de privaatrechtelijke manier de leeftijd van de leiding van belang. Bij het in rekening brengen van de kosten zal de netbeheerder rekening dienen te houden met oud voor nieuw.

Een projectontwikkelaar heeft in Sassenheim een oude Rabobank gesloopt en hier wordt een appartementencomplex gebouwd. Het kabel- en leiding tracé ligt nu nog onder het oude trottoir, maar komt in de nieuwe situatie onder langsparkeervakken te liggen. Dit is onwenselijk dus de kabels en leidingen moeten over een beperkte lengte worden verlegd. De kabels en leidingen liggen dus op gronden van de gemeente.

Kan de projectontwikkelaar zelfstandig of namens de gemeente verzoek doen om de kabels en leidingen te verleggen of kan alleen de gemeente dit verzoek rechtsgeldig doen?

Onze reactie op deze vraag is:

Er zijn verschillende opties, waarvan er ééntje passend zal zijn, afhankelijk van de afspraken met de ontwikkelaar en het achterliggende belang. Voor dat tot de verlegopties wordt overgegaan is op de eerste plaats nog wel van belang om vast te kunnen stellen dat ‘niet wenselijk’ om onder parkeervakken te liggen een noodzaak tot het nemen van maatregelen oplevert en dat dit door de telecomaanbieder ook zo gezien wordt. Dit geldt ook – alleen wat minder strikt – voor andere kabels en leidingen.

Wanneer de noodzaak vaststaat dient één van de volgende sporen gekozen te worden:

  1. De gemeente is zelf opdrachtgever van het werk dat de ontwikkelaar uitvoert. De gemeente kan dan zelf verzoeken, omdat het werk door of vanwege de gemeente plaatsvindt. De kosten komen in dat geval voor rekening van de telecomaanbieder. Met betrekking tot de andere kabels en leidingen kan de gemeente een VTA sturen.
  2. De ontwikkelaar voert zelfstandig een project uit en is zelf opdrachtgever. Als de grond waar de kabels uiteindelijk in komen te liggen nu eigendom is van de gemeente en straks ook, dan kan de ontwikkelaar met betrekking tot telecomkabels alleen een verzoek sturen (waarbij de kosten worden afgewenteld op de telecomaanbieder) als hij van de gemeente een gebruiksrecht heeft gehad om op die gronden werkzaamheden uit te voeren. Andere kabels en leidingen kunnen alleen op verzoek van de gemeente worden aangepast via een VTA, wil je gebruik kunnen maken van de nadeelcompensatieregeling. Dit kan echt alleen als er duidelijk algemeen belang bij is gediend. We komen wel op een hellend vlak op het moment dat de ontwikkelaar van het trottoir parkeerplaatsen maakt omdat dit in zijn anterieure overeenkomst is opgenomen.
  3. De ontwikkelaar is door de gemeente aangetrokken om een project te realiseren dat een woningbouwopgave vervult die vanuit de gemeente is gestimuleerd (visie, bestemmingsplan, etc.). In dat geval kunnen de verzoeken vanuit de gemeente worden gedaan, richting zowel de telecomaanbieder(s) als de overige netbeheerders

Let goed op bij het kiezen van een spoor. Het éénmalig goede vrienden worden met een ontwikkelaar weegt niet op tegen een netbeheerder die er daardoor afloopt en de gemeente niet meer vertrouwt.

De gemeente heeft grond overgedragen aan een partij t.b.v. de bouw van een kerkelijk centrum. Binnen dat perceel zit een kabelverdeelkast. Kan de gemeente de netbeheerder vragen om de kast te verplaatsen of kan alleen de ontwikkelaar (nieuwe eigenaar) dit doen en hoe zit het met de kosten?
Is hier sprake van een maatschappelijk belang en heeft dit invloed op de verlegkosten?

De gemeente voelt zich verantwoordelijk omdat in het verleden vergunning is verleend voor het tracé van de netbeheerder.

Onze reactie hierop is:

Hier is de Telecommunicatiewet van toepassing. De Telecommunicatiewet werkt niet met maatschappelijk belang, maar met een aantal strikte andere criteria:

  • gedoogplicht
  • noodzaak
  • door of vanwege

In dit geval is de gemeente door de overdracht van de gronden niet meer gedoogplichtig (tenzij de grond nog openbare grond is en door de gemeente wordt beheerd). Als de gemeente niet de opdrachtgever is voor het werk, dan wordt het werk ook niet door of vanwege de gemeente uitgevoerd. Waarschijnlijk wordt het werk door de ontwikkelaar/organisatie gerealiseerd die nu ook de eigenaar is. Als dat zo is dan blijft alleen het vinkje nog over voor de noodzaak. Als de kast een conflict vormt met het op te richten gebouw, dan kan de grondeigenaar die zelf het werk gaat oprichten een verzoek aan de netbeheerder verzenden, die dan op eigen kosten de kast dient te verplaatsen.

In de wet is ook een regeling opgenomen waarbij de gemeente in verband met de verkoop van grond aan een ander alvast een verzoek kan sturen voor de verplaatsing. Eén van de belangrijkste criteria op dat moment is dat er een ontvankelijke omgevingsvergunning voor het werk ligt. Omdat de grond al is overgedragen is deze optie niet mogelijk.

Dus: de nieuwe eigenaar dient zelf een verzoek te sturen.

Wat het verantwoordelijkheidsgevoel betreft, kunnen wij daar het volgende over zeggen.

In artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet staan grofweg twee opties:

Lid 1:   verzoek van de gedoogplichtige voor zijn eigen werk. De kast valt overigens onder de definitief van openbaar elektronisch communicatienetwerk en ook onder ‘kabel’.

Lid 2:   verzoek van de huidige grondeigenaar die bouwrijp oplevert aan een ontwikkelaar.

Aan beide opties hangen criteria die wel allemaal moeten kloppen, dus een al te makkelijk verzoek is risicovol.

Over het verantwoordelijkheidsgevoel kunnen wij zo zonder verdere casus niet oordelen, maar in de basis is het zo dat je als gemeente de objecten moet gedogen. Daar staat tegenover dat een telecombedrijf wel eens op eigen kosten zijn objecten moet aanpassen. Dat is nu eenmaal het stelsel van de Telecommunicatiewet, waarin balans is aangebracht tussen aanleg en verleggen.

Als je als gemeente je verantwoordelijkheid wil laten toetsen (er zijn natuurlijk altijd wel situaties waarin het niet redelijk is om een telecommer op kosten te jagen) dan kunnen we ofwel:

  • vanuit de BOEI producten een Impactanalyse doen (dit is voor de gemeenten die met BOEI werken), of

een Situatiescan te laten doen, om te voorkomen dat je als gemeente op een verkeerde keuze wordt gewezen door de netbeheerder.

De volledige vraagt luidt: Een particulier wil een (bio)gasleiding aanleggen van zijn boerderij naar een bedrijventerrein. De leiding ligt gedeeltelijk in openbare grond. De netbeheerder Enexis Gas wil dit netwerkje niet opnemen in zijn grote netwerk omdat het te klein is en buiten zijn normale bedrijfsvoering (reparatie, verantwoordelijkheid etc. ) Moet de gemeente deze aanleg accepteren en wat zijn de voorwaarden voor deze particulier. De kans is groot dat over een paar jaar niemand meer weet van wie deze leiding is en wie verantwoordelijk is voor verleggingen en schades.

Onze reactie hierop is: Het lijkt ons niet goed mogelijk om te anticiperen op mogelijke faillissementen van bedrijven die biogasnetten willen aanleggen. De vraag speelt in een overgangsperiode in de wetgeving voor gas en elektra. Hierbij wordt de wet aangepast aan de ‘energietransitie’.

In zowel de bestaande als de nieuwe situatie ligt het belang waarop je stuurt in jouw vraag, bij de netbeheerders en de ACM. De ACM verleent ontheffing aan partijen die een net willen beheren en dit net niet willen overdragen aan de regionale netbeheerder. Wat ons betreft ligt daar ook de oplossing voor het vraagstuk. Voordat je vergunning verleent voor de aanleg wil je graag weten of het haalbaar is. Laat degene die iets wil aanleggen aantonen dat hij voldoet aan de eisen van de Gaswet en laat de netbeheerder adviseren, om een beeld te krijgen van de situatie.

Aanvulling op 12 maart 2019
Op deze vraag hebben wij op 12 maart 2019 de volgende aanvulling gegeven:

  • Of je een private leiding toelaat is een keus die de gemeente maakt. Als het gaat om duurzame initiatieven adviseren wij om dit wel te doen (energietransitie).
  • Als je private netten wilt toestaan dan is het logisch dat je je afvraagt hoe dat dan in zijn werk gaat, want je wil geen onveilige situaties. Hierbij moet je goed bedenken welke verantwoordelijkheid jij als gemeente hebt en waar de andere verantwoordelijkheden liggen.
  • De netbeheerder is vanuit de wet (Elektriciteitswet, Gaswet, Warmtewet) verantwoordelijk voor de veiligheid en bruikbaarheid van zijn net. Er gelden vanuit de wet strenge eisen. Je kunt sowieso niet zomaar netbeheerder worden. Je zult ofwel aangewezen moeten worden als netbeheerder (dit zijn de Lianders, Cogassen, Enexisen etc.), of een ontheffing moeten hebben als 'particulier'. Daarnaast hebben de genoemde wetten een toezichthouder, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) die strikt toezicht houdt.
  • De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid en bruikbaarheid van de weg. Dit betekent - in ieder geval volgens de AVOI - dat jullie toezicht houden op de openbare ruimte, op de ondergrondse ordening en of alles daar wel veilig gebeurt.

Als je een aanvraag krijgt voor een vergunning, dan kun je als gemeente niet gaan toetsen op zaken die niet horen bij je taak. Het is dus niet mogelijk om eisen te stellen die de Gas- en Elektriciteitswet (en Warmtewet) stellen aan hoe een netbeheerder zijn net dient te exploiteren. Wel kun je op basis van jouw taak als hoeder van de openbare ruimte nagaan of je te maken hebt met een partij die op de hoogte is van zijn verantwoordelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld vragen of de aanvrager wel als netbeheerder opereert, of dat hij daar een ontheffing voor heeft gekregen. Daarnaast kun je nagaan of de aanvrager op de hoogte is van andere regels die gaan gelden zodra je met een kabel of leiding in openbare gronden gaat liggen. Denk hierbij aan registratie conform de Wibon.

Als de gemeente het belangrijk vindt om hierover alle ins and outs te weten, dan moeten we daar een onderzoekje naar verrichten. Vanuit dat onderzoekje zouden we een checklist kunnen opstellen waarmee de vergunningverlener de aanvraag kan afpellen.

Aanvulling op 26 maart 2019
Op deze vraag hebben wij op 26 maart 2019 nog de volgende aanvulling gegeven:

In de huidige tijdsgeest en in het licht van de energietransitie is het als gemeente verstandig om duurzame initiatieven te verwelkomen. Wel bieden deze ‘nieuwkomers’ diverse uitdagingen voor gemeenten ten opzichte van de ‘reguliere’ netbeheerders. Feit is dat als er kabels of leidingen in openbare grond worden aangelegd er een vergunning op basis van de AVOI benodigd is. Wij gaan er vanuit dat (in ieder geval een gedeelte van) de installatie gelegen is op openbare grond, dus dat er een vergunningplicht geldt. De toetsingscriteria staan benoemd in de AVOI. Daarnaast wordt er in de AVOI verwezen naar de informatieplicht van de aanvrager of er nog andere vergunningen of permissies benodigd zijn. Aan de hand van deze informatie kan worden beoordeeld of de aanleg van kabels en leidingen niet conflicteert met overige wet- en regelgeving.

Op basis van de wet- en regelgeving ten aanzien van bodemenergiesystemen (open of gesloten systemen) zal er een melding bij de gemeente of de provincie gedaan moeten worden. Ook bestaat de mogelijkheid dat er een OBM (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) gedaan moet worden. Aan de hand van deze input kan er een afweging worden gemaakt of de aanleg van de WKO op correcte wijze kan worden gerealiseerd. Ook hebben een aantal gemeente een ‘verordening bodemenergiesystemen’ vastgesteld. Hier worden (interferentie)gebieden aangewezen voor de aanleg van bodemenergiesystemen. Als de gemeente Kampen een dergelijke verordening heeft vastgesteld dan is dat natuurlijk ook een indicator voor de toetsing.

Er blijven wel nog verschillende vragen openstaan die zeer specifiek zijn en nog nader onderzocht zouden moeten worden. Met name nu de gemeente aangeeft dat er alleen op dit moment al drie aanvragen binnen zijn gekomen. Zo is de enkele mededeling dat er geen sprake is van een netbeheerder wel heel erg kort door de bocht, zal de toetsing aan het Barim (activiteitenbesluit) hoogstwaarschijnlijk noodzakelijk zijn en bekeken moeten worden welk bestuursorgaan (de gemeente of de provincie) het bevoegd gezag is.

De regelgeving omtrent bodemvervuiling is rigide en enigszins complex. Zeker bij werkzaamheden voor kabels en leidingen, omdat het hier werkzaamheden betreft die (vaak) uitgevoerd worden in andermans gronden (openbare grond van de gemeente). De grondregel is dat 'de vervuiler' betaald, maar met dien verstande dat je als grondeigenaar aansprakelijk bent als deze vervuiler niet meer te traceren is. Als er in die gronden bodemverontreiniging wordt ontdekt en dit moet worden gesaneerd, dan staat de grondeigenaar (de gemeente) in principe aan de lat. Of gronden gesaneerd moeten worden is afhankelijk van meerdere factoren (onder andere de 'zwaarte' van de verontreiniging). Daarnaast is voor de aansprakelijkheid (als de gemeente niet de vervuiler is geweest) is het moment van verkrijging van de gronden een belangrijk criterium. Hieronder een korte opsomming over de aansprakelijkheid bij bodemverontreiniging (als je geen vervuiler bent):

  • Gekocht vóór 1975, dan is de eigenaar doorgaans niet aansprakelijk.
  • Gekocht tussen 1975 en 1983, dan is de eigenaar doorgaans alleen aansprakelijk als hij/zij van de verontreiniging had kunnen weten.
  • Gekocht tussen 1983 en 1990 dan is de eigenaar alleen aansprakelijk als hij/zij van de verontreiniging had kunnen weten. In deze periode wordt wél eerder van uitgegaan dat hij/zij het had kunnen weten.
  • Gekocht tussen 1990 en 1993 dan is een eigenaar in beginsel aansprakelijk met uitzondering van een bewoner of een ’kleine zelfstandige’.
  • Gekocht na 1993 is een eigenaar doorgaans altijd aansprakelijk.

Hierbij dient aangetekend te worden dat voor zogenaamde ’professionele’ aankopers (zoals de gemeente) strengere normen gelden.

Bij graafwerkzaamheden voor kabels en leidingen heeft de netbeheerder/grondroerder ook een zorgplicht. Er mogen geen ingrepen in de bodem worden verricht die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten. Als er werkzaamheden worden verricht, zoals het aanleggen van kabels en leidingen, dient de netbeheerder/grondroerder deze zorgplicht in acht te nemen. Bij het overgrote deel van deze werkzaamheden is er sprake van enkel 'tijdelijke uitname van de grond' en hoeft er geen concrete sanering plaats te vinden. De netbeheerder/grondroerder kan volstaan met een BUS-melding en moet volgens deze voorwaarden werken.  Het wordt complexer als er een daadwerkelijke sanering noodzakelijk is. Dan moet de gemeente waarschijnlijk wel gaan acteren. Ik raad aan dit per geval te bekijken hoe dit aan te vliegen.

I.v.m. de aanleg van een duiker door de gemeente,  moet Alliander een gasleiding verleggen. Zijn er afspraken tussen de gemeente en de nutsbedrijven over de uitvoeringskosten (kostenverdeling)?

De gemeente heeft inderdaad regels opgesteld over vergoedingen voor netbeheerders als zij moeten verleggen vanwege een gemeentelijk project. Als een netbeheerder voldoet aan deze regels, kan zij aanspraak maken op een vergoeding. Het zijn dus geen onderlinge afspraken.

Het is afhankelijk van de situatie welke kosten er vergoed kunnen worden. Kort zijn er drie situaties:

Situatie 1: de te verleggen leiding ligt in het beheergebied van de gemeente (bijvoorbeeld in de berm). In dat geval worden een vergoeding berekend op basis van alle kosten. Essentieel hierbij is de leeftijd van de leiding. Al de leiding jonger is dan 5 jaar wordt in principe alles vergoed. Daarna loopt dit stapsgewijs. Als de leiding ouder is dan 15 jaar, dan heeft de netbeheerder geen recht meer op vergoeding (de netbeheerder moet de leeftijd aantonen).

Situatie 2: de te verleggen leiding ligt buiten het beheergebied van de gemeente. In dat geval worden de ontwerp- en begeleidingskosten en de uitvoeringskosten aan de netbeheerder vergoed. Materiaalkosten en kosten voor het in- en uit bedrijfstellen niet. Meestal komt dan de vergoeding neer op ongeveer 80% van de kosten.

Situatie 3: De netbeheerder heeft een zakelijk recht (opstalrecht). Als dit het geval is moeten alle kosten aan de netbeheerder worden vergoed.

Een ontwikkelaar wil een gemeentelijke duiker vergroten om te ontwikkelen percelen van een ligplaats te voorzien. Kabels en leidingen zullen dan geboord moeten worden. Nu vraagt de ontwikkelaar of de gemeente als opdrachtgever naar de nutspartijen op wil treden zodat er mogelijk om niet verlegd kan worden. Dat voelt niet goed omdat de rekening bij de nutspartijen (inwoners) komt te liggen terwijl alles ten faveure van de ontwikkelaar gebeurt en er geen algemeen belang is. Klopt dat juridisch ook?

Onze reactie hierop is:
Bij dit vraagstuk is het belangrijk om naar de veroorzaker te kijken. Dat de duiker van de gemeente is en dat door de aanpassing ervan kabels of leidingen verlegd moeten worden, betekent niet dat de gemeente veroorzaker is. In dit geval is het de wens van de ontwikkelaar om de duiker aan te laten passen. De ontwikkelaar is in dit geval de veroorzaker. Als er geen aanwijsbare publieke belangen mee gemoeid zijn, dan is het niet redelijk om vanuit de gemeente te verzoeken. De ontwikkelaar moet in dat geval zelf afspraken maken met de netbeheerders.