Veel Gestelde Vragen

Liander heeft het verzoek ingediend voor de aankoop van 18 m2 grond i.v.m. het oprichten van een traforuimte voor uitbreiding van een nieuwbouw wijk.
Aankoop van de grond door Liander zal voor gemeente nadelig zijn i.v.m. de verlegregeling. Wat is het alternatief? Vestigen van een zakelijk recht voor deze locatie?

Onze reactie hierop is:
Het gevolg van het verkopen van de grond, maar ook het sluiten van een zakelijk recht heeft gevolgen voor het in de toekomst verplaatsen van de ruimte en de kosten. Er zijn grofweg drie zaken die beter zijn om te voorkomen:
- Eigendom
- Zakelijk recht
- Gedoogplicht op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht

Het is belangrijk om te weten waarom Liander dit wil, zodat je kunt kijken naar alternatieven. Een traforuimte is een dure grap. Als Liander niet de zekerheid heeft dat de ruimte er lang kan staan, dan gaan ze die zoeken. Daar staat tegenover dat je als gemeente niet tot in lengte van dagen wil opdraaien voor de kosten van verplaatsing van de traforuimte.

Het antwoord ligt dus in de balans tussen beide belangen. Bij die balans moet je rekening houden met de manier waarop je eigen organisatie ingericht is op kabels en leidingen. Als Liander niet kan zien dat de gemeente al vanaf initiatiefase rekening houdt met de ondergrond, dan zullen ze je niet op je blauwe ogen gaan geloven dat je rekening met ze zult houden. Het alternatief dat op dit moment het best lijkt te werken is om voor te stellen om de traforuimte als ruimtelijk relevant op te nemen in het bestemmingsplan, met daaraan gekoppeld een 'aanlegvergunningstelsel'. Hierdoor kan Liander haar bezwaar tijdig laten horen. Het voordeel is dat dit er geen zakelijk recht is en je dus niet tot in lengte van dagen opdraait voor de verlegkosten.

Uiteraard is het goed om na te denken over hoe je het proces kabels en leidingen laat doordringen tot de vroegere fases van projecten. Het geeft de netbeheerder veel rust als ze zien dat hun belangen geborgd zijn.

I.v.m. de aanleg van een duiker door de gemeente,  moet Alliander een gasleiding verleggen. Zijn er afspraken tussen de gemeente en de nutsbedrijven over de uitvoeringskosten (kostenverdeling)?

De gemeente heeft inderdaad regels opgesteld over vergoedingen voor netbeheerders als zij moeten verleggen vanwege een gemeentelijk project. Als een netbeheerder voldoet aan deze regels, kan zij aanspraak maken op een vergoeding. Het zijn dus geen onderlinge afspraken.

Het is afhankelijk van de situatie welke kosten er vergoed kunnen worden. Kort zijn er drie situaties:

Situatie 1: de te verleggen leiding ligt in het beheergebied van de gemeente (bijvoorbeeld in de berm). In dat geval worden een vergoeding berekend op basis van alle kosten. Essentieel hierbij is de leeftijd van de leiding. Al de leiding jonger is dan 5 jaar wordt in principe alles vergoed. Daarna loopt dit stapsgewijs. Als de leiding ouder is dan 15 jaar, dan heeft de netbeheerder geen recht meer op vergoeding (de netbeheerder moet de leeftijd aantonen).

Situatie 2: de te verleggen leiding ligt buiten het beheergebied van de gemeente. In dat geval worden de ontwerp- en begeleidingskosten en de uitvoeringskosten aan de netbeheerder vergoed. Materiaalkosten en kosten voor het in- en uit bedrijfstellen niet. Meestal komt dan de vergoeding neer op ongeveer 80% van de kosten.

Situatie 3: De netbeheerder heeft een zakelijk recht (opstalrecht). Als dit het geval is moeten alle kosten aan de netbeheerder worden vergoed.

De gemeente heeft een bouwkavel geruild met een particulier.

In de bouwkavel is een waterleiding aanwezig. Deze leiding ligt binnen de te ruilen bouwkavel met een zakelijk recht.

In de ruilovereenkomst is afgesproken dat de waterleiding wordt verlegd tot buiten de bouwkavel.

Door de gemeente is een nieuw tracé aangewezen in het openbaar gebied.

De netbeheerder wil wel meewerken, maar alleen als de kosten voor het verleggen wordt vergoed.

De gemeente wil best meedenken en vraagt zich af of er iets bedacht kan worden op basis van afschrijving.  De gemeente vraagt zich ook af of zij dit vraagstuk ook op basis van de AVOI kan aanvliegen?

Onze reactie hierop is:

Voor het ruilen van de kavel zal er tussen partijen afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst. Eén van de afspraken is het verleggen van de waterleiding naar openbaar gebied. Bij de afspraken die gemaakt zijn over de grondruiling zullen ook afspraken gemaakt zijn over de kosten. Deze gelden.

Als de ruil is ontstaan vanuit de rechtmatige uitoefening door het college van haar publiekrechtelijke taak, dan kan de netbeheerder een verzoek om nadeelcompensatie bij het college doen. Is de ruil een privaatrechtelijke regeling, dan zal netbeheerder de leiding niet eerder verleggen, dan dat zijn kosten worden vergoed. De verkoop van gronden aan een ontwikkelaar die daarop woningen bouwt waarmee een woningbehoefte wordt ingevuld waar de gemeente op heeft gestuurd met een Woningvisie of structuurvisie is zo’n publiekrechtelijke taak. Het verkopen van grond aan een particulier lijkt dit niet te zijn.

De leiding ligt binnen de bouwkavel met een zakelijk recht en dat betekent dat in beginsel de schade volledig wordt vergoed. Dit geldt voor zowel de bestuursrechtelijke als de privaatrechtelijke regeling. Bij de bestuursrechtelijke regeling is het van belang om na te gaan of er ook delen van de leiding moet worden verlegd buiten de bouwkavel en met welke regeling de leiding in die gronden aanwezig is, mogelijk dat voor die delen de materiaalkosten en het in- en uit bedrijf stellen niet voor vergoeding in aanmerking komt.Bij het verleggen van de leiding is bij zowel de bestuursrechtelijke als de privaatrechtelijke manier de leeftijd van de leiding van belang. Bij het in rekening brengen van de kosten zal de netbeheerder rekening dienen te houden met oud voor nieuw.

In deze casus kreeg een gemeente te maken met  een perceel wat particulier eigendom is en een kabelexploitatiemaatschappij de opstalhouder.
Voor het vestigen van een zakelijk (onder opstal)recht vragen zij € 1500,-- per kabel en/of leiding. Klopt het dat een kabelexploitatiemaatschappij de rechten voor bijna alle nuts-en telecomvoorzieningen hebben?

Onze reactie hierop  is:
Naar aanleiding van deze vraag hebben wij een kort onderzoekje uitgevoerd. Uit het kadaster blijkt dat de kabelexploitatiemaatschappij het volledige recht heeft op de strook grond (opstalrecht) en de grond ook weer in onder opstal kan en mag uitgeven.

Als dit in een eerder stadium gezien zou zijn, dan zou de positie van de gemeente gunstiger geweest zijn. Er is namelijk geen algehele verplichting om een recht van opstal te vestigen. De gemeente had kunnen aangeven dat er ook een uiterst middel als een gedoogplicht op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht mogelijk is. Omdat de tijd er nu niet is, is het meegaan met de eisen van de kabelexploitatiemaatschappij voor wat betreft de aanleg van de nieuwe leidingen waarschijnlijk het beste.

Voor de leiding die al in 1961 is aangelegd, hoeft geen zakelijk recht gevestigd te worden. In de akte staan enkele uitzonderingen:

(...) slechts drie (3) uitzonderingen gelden terzake van de absolute en exclusieve rechten van de Opstalhouder, te weten:
(a) voor de hierna genoemde railverkeer- en vervoersinfrastructuur gebonden kabels en leidingen ten behoeve van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Railinfratrust B.V., statutair gevestigd te Utrecht, kantoorhoudende te 3511 EP Utrecht, Moreelsepark 3, ingeschreven in het handelsregisters van de Kamer van Koophandel onder nummer: 30127443 (hierna: "Railinfratrust B.V.") en de aan deze laatste gelieerde ondernemingen voor railverkeer- en vervoersinfrastructuur, welke vennootschappen het recht behouden om ook na vijftien december tweeduizend tien (hierna: "Peildatum") nog nieuwe railverkeer- en vervoerinfrastructuur gebonden kabels en leidingen aan te leggen, terwijl de reeds aanwezige kabels en leidingen die door Railinfratrust B.V. en de aan deze laatste gelieerde ondernemingen zijn aangelegd in het kader van het railverkeer- en vervoerinsfrastructuur ongestoord kunnen blijven gelden en geldend gemaakt kunnen worden tegen een ieder;
(b) vóór de Peildatum, bevoegd door de rechtsvoorganger(s) van de Grondeigenaar aangelegde of toegestane aanleg van netwerken, welke zich in, boven, en onder de oppervlakte van het Registergoed bevinden en waarvan de eigendom vóór de Peildatum reeds is ingeschreven bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers door de bevoegde aanlegger;
(c) vóór de Peildatum, bevoegd door de rechtsvoorganger(s) van de Grondeigenaar aangelegde of toegestane pijpen, kabels, buizen en bijbehorende voorzieningen zoals pompinstallaties, aansluit- of inspectiepunten, markeringen, transformatorhuisjes, installaties, apparatuur of overige werken of opstallen ten behoeve van pijpleidingwerken.

Wij raden aan om (ons) een kadastrale recherche (quickscan) uit te laten voeren. Met zo'n quickscan kan het gesprek met zo'n partij plaatsvinden en heb je veel meer te vertellen.

De regelgeving omtrent bodemvervuiling is rigide en enigszins complex. Zeker bij werkzaamheden voor kabels en leidingen, omdat het hier werkzaamheden betreft die (vaak) uitgevoerd worden in andermans gronden (openbare grond van de gemeente). De grondregel is dat 'de vervuiler' betaald, maar met dien verstande dat je als grondeigenaar aansprakelijk bent als deze vervuiler niet meer te traceren is. Als er in die gronden bodemverontreiniging wordt ontdekt en dit moet worden gesaneerd, dan staat de grondeigenaar (de gemeente) in principe aan de lat. Of gronden gesaneerd moeten worden is afhankelijk van meerdere factoren (onder andere de 'zwaarte' van de verontreiniging). Daarnaast is voor de aansprakelijkheid (als de gemeente niet de vervuiler is geweest) is het moment van verkrijging van de gronden een belangrijk criterium. Hieronder een korte opsomming over de aansprakelijkheid bij bodemverontreiniging (als je geen vervuiler bent):

  • Gekocht vóór 1975, dan is de eigenaar doorgaans niet aansprakelijk.
  • Gekocht tussen 1975 en 1983, dan is de eigenaar doorgaans alleen aansprakelijk als hij/zij van de verontreiniging had kunnen weten.
  • Gekocht tussen 1983 en 1990 dan is de eigenaar alleen aansprakelijk als hij/zij van de verontreiniging had kunnen weten. In deze periode wordt wél eerder van uitgegaan dat hij/zij het had kunnen weten.
  • Gekocht tussen 1990 en 1993 dan is een eigenaar in beginsel aansprakelijk met uitzondering van een bewoner of een ’kleine zelfstandige’.
  • Gekocht na 1993 is een eigenaar doorgaans altijd aansprakelijk.

Hierbij dient aangetekend te worden dat voor zogenaamde ’professionele’ aankopers (zoals de gemeente) strengere normen gelden.

Bij graafwerkzaamheden voor kabels en leidingen heeft de netbeheerder/grondroerder ook een zorgplicht. Er mogen geen ingrepen in de bodem worden verricht die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten. Als er werkzaamheden worden verricht, zoals het aanleggen van kabels en leidingen, dient de netbeheerder/grondroerder deze zorgplicht in acht te nemen. Bij het overgrote deel van deze werkzaamheden is er sprake van enkel 'tijdelijke uitname van de grond' en hoeft er geen concrete sanering plaats te vinden. De netbeheerder/grondroerder kan volstaan met een BUS-melding en moet volgens deze voorwaarden werken.  Het wordt complexer als er een daadwerkelijke sanering noodzakelijk is. Dan moet de gemeente waarschijnlijk wel gaan acteren. Ik raad aan dit per geval te bekijken hoe dit aan te vliegen.

Is het plaatsen van E-laadpalen in de openbare ruimte vergunningplichtig? Een E-laadpunt is een door derden geëxploiteerd verkooppunt van brandstof (elektriciteit ) dat rechtstreeks verbonden is met de netbeheerder Enexis (leverancier en transporteur van elektriciteit). Indien de aansluiting leiding minder is dan 25 m1 en er gegraven gaat worden voor de plaatsing van laadpaal, zal er dan minstens een melding van moeten worden gemaakt door de netbeheerder (Enexis)?

Onze reactie hierop is:
In de geldende AVOI van de gemeente staat vermeld: "...Het is verboden om zonder of in afwijking van een voorafgaand door het college verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning kabels en leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden of op te ruimen...". Hieruit vloeit voort dat voor de aanleg van een kabel een vergunning nodig is. Als uit de nadere regels blijkt dat het werkzaamheden van niet ingrijpende aard zijn, kan worden volstaan met een melding.

Uit de vraag begrijpen wij dat de lengte minder dan 25 m1 is en dat is dus meldingplichtig. De melding moet worden gedaan door of namens de netbeheerder. In dit geval is dat dus Enexis. De laadpaal is, naar onze mening, geen onderdeel van het net van Enexis, omdat het niet onlosmakelijk verbonden is met dat net. In dat kader is de laadpaal zelf niet vergunning-/meldingplichtig op basis van de AVOI. Het kan natuurlijk wel zo zijn dat dit wel onder een andere gemeentelijke vergunningplicht valt, bijvoorbeeld op basis van de APV (of verkeersbesluit). Wij adviseren dat intern binnen de gemeentelijke organisatie af te stemmen.

Waar moet men rekening mee houden bij aanleg van glasvezel waarbij de kabel onder een openbare weg doorgetrokken dient te worden en waarbij de weg geen gemeentelijk eigendom is? Moet naast de vergunningaanvraag bij de gemeente ook de eigenaar toestemming geven? En welke partij doet de aanvragen?

Wie zien hier drie vragen:

  1. Waar moet 'men' rekening mee houden als er een glasvezelkabel aangelegd wordt onder een weg die privé eigendom is maar wel openbare grond?
  2. Moet de eigenaar van de grond ook toestemming geven?
  3. Welke partij doet de aanvragen?


Onze reactie hierop is:

1. Rekening houden

Waar de gemeente vooral rekening mee dient te houden is het feit dat er meerdere gedoogplichtigen zijn, die iets mogen vinden van de locatie en de uitvoeringswijze. Bij een openbare weg in beheer bij de gemeente zal de zeggenschap van de grondeigenaar misschien niet groot zijn, maar het is wel belangrijk om dit af te (laten) stemmen.
Als er een aanvraag voor een instemming binnenkomt, dan is het belangrijk om dus de verslaglegging van de overeenstemming ook op te vragen bij de telecomaanbieder, zodat duidelijk is wat er precies is afgesproken en dat er ook overeenstemming is bereikt.

2. Moet de grondeigenaar toestemming geven?

Ja, maar om precies te zijn dient er ´overeenstemming’ te zijn. Ook de privé eigenaar is gedoogplichtig (op basis van artikel 5.2 eerste lid van de Telecommunicatiewet). Met een gedoogplichtige – anders dan de gemeente – dient overeenstemming te worden bereikt op grond van artikel 5.3 van de Tw.

3. Welke partij vraagt aan?

De telecomaanbieder is degene die instemming aanvraagt of overeenstemming dient te bereiken met de gedoogplichtige en gemeente. Een telecomaanbieder kan dit in principe overdragen aan een ander (Volker Wessels Telecom, BAM Infra, etc.), maar dan dient er een ondertekende volmacht te zijn waarin dat staat. Zonder volmacht is het de telecomaanbieder die dit dient te doen.

De gemeente heeft grond overgedragen aan een partij t.b.v. de bouw van een kerkelijk centrum. Binnen dat perceel zit een kabelverdeelkast. Kan de gemeente de netbeheerder vragen om de kast te verplaatsen of kan alleen de ontwikkelaar (nieuwe eigenaar) dit doen en hoe zit het met de kosten?
Is hier sprake van een maatschappelijk belang en heeft dit invloed op de verlegkosten?

De gemeente voelt zich verantwoordelijk omdat in het verleden vergunning is verleend voor het tracé van de netbeheerder.

Onze reactie hierop is:

Hier is de Telecommunicatiewet van toepassing. De Telecommunicatiewet werkt niet met maatschappelijk belang, maar met een aantal strikte andere criteria:

  • gedoogplicht
  • noodzaak
  • door of vanwege

In dit geval is de gemeente door de overdracht van de gronden niet meer gedoogplichtig (tenzij de grond nog openbare grond is en door de gemeente wordt beheerd). Als de gemeente niet de opdrachtgever is voor het werk, dan wordt het werk ook niet door of vanwege de gemeente uitgevoerd. Waarschijnlijk wordt het werk door de ontwikkelaar/organisatie gerealiseerd die nu ook de eigenaar is. Als dat zo is dan blijft alleen het vinkje nog over voor de noodzaak. Als de kast een conflict vormt met het op te richten gebouw, dan kan de grondeigenaar die zelf het werk gaat oprichten een verzoek aan de netbeheerder verzenden, die dan op eigen kosten de kast dient te verplaatsen.

In de wet is ook een regeling opgenomen waarbij de gemeente in verband met de verkoop van grond aan een ander alvast een verzoek kan sturen voor de verplaatsing. Eén van de belangrijkste criteria op dat moment is dat er een ontvankelijke omgevingsvergunning voor het werk ligt. Omdat de grond al is overgedragen is deze optie niet mogelijk.

Dus: de nieuwe eigenaar dient zelf een verzoek te sturen.

Wat het verantwoordelijkheidsgevoel betreft, kunnen wij daar het volgende over zeggen.

In artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet staan grofweg twee opties:

Lid 1:   verzoek van de gedoogplichtige voor zijn eigen werk. De kast valt overigens onder de definitief van openbaar elektronisch communicatienetwerk en ook onder ‘kabel’.

Lid 2:   verzoek van de huidige grondeigenaar die bouwrijp oplevert aan een ontwikkelaar.

Aan beide opties hangen criteria die wel allemaal moeten kloppen, dus een al te makkelijk verzoek is risicovol.

Over het verantwoordelijkheidsgevoel kunnen wij zo zonder verdere casus niet oordelen, maar in de basis is het zo dat je als gemeente de objecten moet gedogen. Daar staat tegenover dat een telecombedrijf wel eens op eigen kosten zijn objecten moet aanpassen. Dat is nu eenmaal het stelsel van de Telecommunicatiewet, waarin balans is aangebracht tussen aanleg en verleggen.

Als je als gemeente je verantwoordelijkheid wil laten toetsen (er zijn natuurlijk altijd wel situaties waarin het niet redelijk is om een telecommer op kosten te jagen) dan kunnen we ofwel:

  • vanuit de BOEI producten een Impactanalyse doen (dit is voor de gemeenten die met BOEI werken), of

een Situatiescan te laten doen, om te voorkomen dat je als gemeente op een verkeerde keuze wordt gewezen door de netbeheerder.

Een projectontwikkelaar heeft in Sassenheim een oude Rabobank gesloopt en hier wordt een appartementencomplex gebouwd. Het kabel- en leiding tracé ligt nu nog onder het oude trottoir, maar komt in de nieuwe situatie onder langsparkeervakken te liggen. Dit is onwenselijk dus de kabels en leidingen moeten over een beperkte lengte worden verlegd. De kabels en leidingen liggen dus op gronden van de gemeente.

Kan de projectontwikkelaar zelfstandig of namens de gemeente verzoek doen om de kabels en leidingen te verleggen of kan alleen de gemeente dit verzoek rechtsgeldig doen?

Onze reactie op deze vraag is:

Er zijn verschillende opties, waarvan er ééntje passend zal zijn, afhankelijk van de afspraken met de ontwikkelaar en het achterliggende belang. Voor dat tot de verlegopties wordt overgegaan is op de eerste plaats nog wel van belang om vast te kunnen stellen dat ‘niet wenselijk’ om onder parkeervakken te liggen een noodzaak tot het nemen van maatregelen oplevert en dat dit door de telecomaanbieder ook zo gezien wordt. Dit geldt ook – alleen wat minder strikt – voor andere kabels en leidingen.

Wanneer de noodzaak vaststaat dient één van de volgende sporen gekozen te worden:

  1. De gemeente is zelf opdrachtgever van het werk dat de ontwikkelaar uitvoert. De gemeente kan dan zelf verzoeken, omdat het werk door of vanwege de gemeente plaatsvindt. De kosten komen in dat geval voor rekening van de telecomaanbieder. Met betrekking tot de andere kabels en leidingen kan de gemeente een VTA sturen.
  2. De ontwikkelaar voert zelfstandig een project uit en is zelf opdrachtgever. Als de grond waar de kabels uiteindelijk in komen te liggen nu eigendom is van de gemeente en straks ook, dan kan de ontwikkelaar met betrekking tot telecomkabels alleen een verzoek sturen (waarbij de kosten worden afgewenteld op de telecomaanbieder) als hij van de gemeente een gebruiksrecht heeft gehad om op die gronden werkzaamheden uit te voeren. Andere kabels en leidingen kunnen alleen op verzoek van de gemeente worden aangepast via een VTA, wil je gebruik kunnen maken van de nadeelcompensatieregeling. Dit kan echt alleen als er duidelijk algemeen belang bij is gediend. We komen wel op een hellend vlak op het moment dat de ontwikkelaar van het trottoir parkeerplaatsen maakt omdat dit in zijn anterieure overeenkomst is opgenomen.
  3. De ontwikkelaar is door de gemeente aangetrokken om een project te realiseren dat een woningbouwopgave vervult die vanuit de gemeente is gestimuleerd (visie, bestemmingsplan, etc.). In dat geval kunnen de verzoeken vanuit de gemeente worden gedaan, richting zowel de telecomaanbieder(s) als de overige netbeheerders

Let goed op bij het kiezen van een spoor. Het éénmalig goede vrienden worden met een ontwikkelaar weegt niet op tegen een netbeheerder die er daardoor afloopt en de gemeente niet meer vertrouwt.

De volledige vraag is als volgt. Er is een instemmingsaanvraag ontvangen van een telecompartij die in het lengteprofiel van een bestaand industrieterrein niet wil graven maar een groot aantal boringen achter elkaar wil toepassen.
Als gemeente zijn we niet blij met dit soort zaken omdat het de ordening in de ondergrond niet ten goede komt. We hanteren de NEN 7171.

Het is een tracé waar wel het een en ander aan uitdagingen in zit, je moet dan denken aan groenuitgifte, wat bomen, laadvoorzieningen van bedrijven. Het is echter wel zo dat het overgrote deel van het tracé gewoon gegraven kan worden.

Hoe, en op basis waarvan kunnen we tracés die redelijkerwijs gegraven kunnen worden ook gegraven krijgen? Of is dit een keuze van de aanvrager waar we als gemeente niet zo veel van kunnen vinden?

Dat is een interessante vraag! Er is ook geen pasklaar antwoord voor, maar we kunnen je wel het spanningsveld meegeven waarmee je naar een antwoord kunt toewerken.

In de vraag zit een standpunt: "Als gemeente zijn we niet blij met dit soort zaken omdat het de ordening in de ondergrond niet ten goede komt." Op dat punt zit hem de crux. Een aanbieder die volgens de NEN 7171 een tracé kiest, houdt rekening met andere kabels en leidingen (beïnvloeding) en kijkt naar omgevingsfactoren zoals bomen en andere obstakels.

De gemeente hanteert de NEN 7171 met het standaardprofiel. Daarin is de vaak voorkomende situatie bij nieuwbouw opgenomen, met meest gangbare diepteliggingen. Je ziet het al, het is geen wet van Meden en Perzen. Wat belangrijk is om te weten wat precies het belang van de gemeente is om zoveel mogelijk in open ontgraving te laten uitvoeren. Wat maakt dat een boring ‘erger’ is dan open ontgraving?

Het is best wel mogelijk om te sturen op dit soort kwesties. Het gaat er om dat je een – vooral technisch – gevoel hebt bij de zaken waar je op stuurt als gemeente en de belangen van de netbeheerder. Als je wat meer motiveert waarom je er last van hebt dan kunnen we wellicht meehelpen met het standpunt/besluit.

De vraag is dus nu eigenlijk; hoe, en op basis waarvan kunnen we tracés die redelijkerwijs gegraven kunnen worden ook gegraven krijgen? Of is dit een keuze van de aanvrager waar we als gemeente niet zo veel van kunnen vinden?